Advertenties

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 (hierna: inburgeringswet) maar krijgen daar structureel te weinig geld voor. Het tekort wordt veroorzaakt doordat het aantal inburgeraars verdubbelde ten opzichte van de eerder ingeschatte aantallen, terwijl het budget voor de uitvoeringskosten vanuit het Rijk niet is verhoogd, ondanks gemaakte afspraken daarover. Volgens berekeningen van de VNG, waarbij rekening is gehouden met al bestaande wachtlijsten, is het tekort €135 miljoen euro. Begin dit jaar gaf het Rijk aan dat er extra geld beschikbaar zou worden gesteld, maar dat blijkt niet uit de Voorjaarsnota. In aanloop naar de behandeling daarvan doen Den Haag, Amsterdam, Utrecht en G40-steden daarom opnieuw een dringend beroep op het Rijk: houd je aan de gemaakte afspraken en stel het budget om de inburgeringswet uit te voeren bij.

Door het structurele tekort aan uitvoeringsbudget kunnen gemeenten hun wettelijke taken, zoals het bieden van tijdige en passende begeleiding bij werk en inburgering, niet naar behoren uitvoeren. De gevolgen van de groeiende wachtlijsten zijn groot: mensen blijven langer afhankelijk van een uitkering, kunnen niet deelnemen aan de maatschappij en de kans op duurzaam werk neemt af. De ambitie van het kabinet om nieuwkomers zo snel mogelijk actief deel te laten nemen aan de maatschappij is onhaalbaar als gemeenten daar structureel te weinig geld voor krijgen. De wachtlijsten leiden bovendien tot hoge en langdurige maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld doordat inburgeraars langer op een uitkering zijn aangewezen. Het niet kunnen meedoen vanaf dag één heeft dus niet alleen negatieve gevolgen voor de mentale gezondheid en het welzijn van inburgeraars, maar raakt uiteindelijk de hele maatschappij.

Afspraken uitvoering inburgeringswet

Over de uitvoering van de inburgeringswet hebben gemeenten en het Rijk duidelijke afspraken gemaakt. Zo moet de inburgeringswet wet uitvoerbaar en betaalbaar zijn. Gemeenten worden in staat gesteld alle inburgeraars passend te ondersteunen en ontvangen daar passende middelen voor. Ook is afgesproken dat het budget wordt bijgesteld bij stijgende kosten door een toename van het aantal te begeleiden inburgeraars. Aangezien het aantal inburgeraars ten opzichte van de eerder ingeschatte aantallen is verdubbeld, doen Den Haag, Amsterdam, Utrecht en G40-steden opnieuw een dringend beroep op het Rijk voor meer financiering om de inburgeringswet uit te voeren.  

Gezinsmigranten

Voor de grote steden geldt ook nog dat er relatief veel gezinsmigranten wonen: zo’n vijftig tot zestig procent van de inburgeraars daar is gezinsmigrant, ten opzichte van dertig procent gezinsmigranten landelijk. Kosten voor de begeleiding van gezinsmigranten moeten volledig worden vergoed vanuit het budget dat bedoeld is om de inburgeringswet uit te voeren, omdat de meeste gezinsmigranten niet uitkeringsgerechtigd zijn. Hierdoor worden voor deze groep geen middelen vanuit de Participatiewet ingezet. De grote steden maken dus extra uitvoeringskosten, die zij zelf moeten dragen, door het hoge aandeel gezinsmigranten. Deze situatie is niet langer houdbaar.


Ontdek meer van Dossier Mastenbroek

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Advertenties

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Advertenties

Trending

Advertenties