Afgelopen jaar waren er in ons land 36 stakingen, een stijging van ruim 38 procent vergeleken met vijf jaar daarvoor. Dat blijkt uit een analyse van Intermediair op basis van CBS-data. Hoewel het aantal stakingen toenam, was er een forse daling zichtbaar in het gemiddeld aantal dagen per staking en het gemiddeld aantal stakende werknemers.

“Het feit dat er zowel een daling zichtbaar is in het gemiddeld aantal dagen als het aantal werknemers per staking, wijst erop dat de acties kleinschaliger en korter zijn”, zegt Tijmen de Groen, hoofdredacteur van Intermediair. CBS-data onderstreept dit. Zo duurde de gemiddelde staking in 2019 vijftien dagen. In 2024 daalde dat naar nog geen anderhalve dag.

Klik hier voor een overzicht van het gemiddeld aantal dagen en werknemers per staking tussen 2019 en 2024.

Hoge inflatie en stagnerende lonen

Volgens De Groen van Intermediair is de stijging in het totaal aantal stakingen voornamelijk te wijten aan twee factoren, namelijk inflatie en een te laag loonaanbod. “Wanneer alles duurder wordt en je loon niet meestijgt, dan ontstaat er snel onvrede. Tel daarbij op dat veel bedrijven hun winsten de afgelopen jaren door het dak zagen gaan. Dat is voor een werknemer niet te verteren, zelf zie je je levensstandaard  teruglopen, terwijl je werkgever trots meldt een torenhoge winst te hebben gemaakt.”

Klik hier voor een overzicht van het aantal stakingen op jaarbasis tegenover de inflatie tussen 2019 en 2024.

Tussen 2019 en 2024 was de absolute stakingspiek zichtbaar in 2023. Toen waren er in totaal 52 acties. “De inflatiecijfers waren in 2022 dramatisch hoog met een jaargemiddelde van tien procent. Fors hoger dan het doel van twee procent vanuit de overheid. Dat is dan ook een logische verklaring voor de piek het jaar erna waar dit in de lonen gecompenseerd zou moeten worden. Versterkt met de onrust in het hele land door de coronapandemie die net ten einde was. 2024 was wat rustiger qua stakingen, maar nog altijd fors hoger dan in 2019”, zegt De Groen.

Een deel van de 36 stakingen in 2024 kwam door acties van de NS. In november legde het personeel om beurten twee weken lang het werk neer. De stakingen hadden grote impact op ons land, maar het zorgde wel voor het resultaat dat de stakers voor ogen hadden. In de week na de staking bereikten alle betrokken partijen een akkoord.

In 2020 werd verreweg het minst vaak het werk neergelegd, namelijk negen keer. De dip in stakingen destijds kwam juist door de coronapandemie. De meeste stakingen vonden dat jaar dan ook plaats in het eerste kwartaal, voordat corona de samenleving platlegde.

Jongeren keren vakbond de rug toe

Ondanks de groei in stakingen werden de acties dus korter en kleinschaliger. “Een mogelijke oorzaak hiervan is de daling van het aantal vakbondsleden. Zo waren er aan het begin van de eeuw nog een kleine twee miljoen werknemers lid van een vakbond. Inmiddels is dat aantal gezakt tot nog geen anderhalf miljoen”, zegt De Groen.

Uit CBS-data blijkt dat in bijna iedere leeftijdsgroep het aantal leden daalt op één na: mensen met een AOW-gerechtigde leeftijd of ouder. Vakbonden richten zich namelijk ook op de belangen van ouderen, zoals de pensioenen en het kunnen blijven doorwerken na de AOW-leeftijd.  “Het ziet ernaar uit dat deze trend zich doorzet. Zo waren er in 1999 nog meer dan 110.000 vakbondsleden van 25 jaar of jonger. In 2019 waren dat er nog maar 47.000 en in 2023 slechts 35.000. Een gigantische afname. Andersom kwamen er in de groep AOW-gerechtigden en ouder bijna 30.000 leden bij”, zegt Tijmen de Groen, hoofdredacteur van Intermediair.


Ontdek meer van Dossier Mastenbroek

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Trending

Ontdek meer van Dossier Mastenbroek

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder