
Martin Berendse & Paul Brood belichten in de Historische Wegenatlas NL het ‘mirakel Nederland’ aan de hand van transportroutes en -bewegingen in en door de Lage Landen bij de zee. Je zou denken dat het in ons grotendeels vlakke land altijd gemakkelijk is geweest om je van A naar B te verplaatsen, maar niets is minder waar.
Grote delen van het land waren te drassig, de woeste gronden ondoordringbaar en de zandpaden die wel begaanbaar waren, liepen met een grote boog om de vele binnenmeren of werden om de haverklap doorsneden door kleine of grotere rivieren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist in Nederland al die binnenwateren een formidabel transportnetwerk opleverden. En waar dat niet lukte, moesten de inwoners letterlijk op zoek naar de ‘doorwaadbare plaats’. Tot op de dag van vandaag zijn delen van ons wegennetwerk gebaseerd op die oude doorgangsroutes, met de Drents-Groningse Hondrug als misschien wel bekendste voorbeeld.
De Historische Wegenatlas NL laat zien dat het Nederland dat wij kennen eigenlijk heel jong is. Het is nog maar een paar generaties geleden dat reizen door het land alleen aan de gegoede burgerij en de handelaren was voorbehouden. Grote delen van de bevolking voelden zich vooral inwoner van eigen stad, streek of dorp. Die situatie veranderde pas in de loop van de negentiende eeuw met de komst van de spoor- en tramwegen, de verbetering van het wegennetwerk en het verschijnen van (motor)fietsen en automobielen in het straatbeeld. De Historische Wegenatlas NL toont dat Nederland vanaf ongeveer 1850 pas echt een land werd, omdat vanaf dat moment alle delen van het grondgebied stap voor stap met elkaar werden verbonden door een samenhangend wegennetwerk.
De typisch Nederlandse burgerlijke cultuur heeft al vanaf de zestiende eeuw gezorgd voor een van de allereerste vormen van openbaar vervoer: de trekschuit. Hoe kan het ook anders: ons eerste OV-netwerk bestond uit trekvaarten en jaagpaden. Samen met de beurtvaarten over de Zuiderzee en de routes van de postwagens vervoerden de strak gereguleerde diensten van trekschuiten boeren, burgers en buitenlui. Eind negentiende, begin twintigste eeuw beschikten grote delen van Nederland over een minstens zo fijnmazig netwerk van buurttrams en -spoorwegen. Ze zijn verdrongen door het massale autogebruik dat na de Tweede Wereldoorlog goed op gang kwam, maar in Historische Wegenatlas NL is te lezen dat delen van die oude streeknetwerken in de eenentwintigste eeuw zo weer in gebruik kunnen worden genomen. Het zou dagelijks kilometers file schelen. Of zou Rijkswaterstaat alweer nieuwe asfalteringsplannen op de plank hebben liggen? Rijkswaterstaat?, zou een gemiddelde buitenlander denken: die gaan toch niet over de wegen? Ja hoor, in Nederland is zelfs het wegverkeer een kwestie van Rijkswaterstaat. De ‘droge Waterstaat’ noemen ze dat, ter onderscheiding van de ‘natte Waterstaat’. Zoiets bedenk je alleen in Nederland…
Lees in de Historische Wegenatlas NL over oeroude houten wegen door het veenmoeras, onze eerste Romeinse straatweg, tolhuizen, veerboten, gierponten, karrensporen, ringwegen, koningswegen, kanalen, vliegvelden, rotondes, B-wegen, fietspaden, het 1200-kilometer-plan, de Gooische Moordenaar, metro’s en de Hoge Snelheidslijn. Geniet van de vele historische foto’s en laat je verrassen door kaarten met ‘baanbrekende’ plannen om nog meer auto’s door onze historische binnensteden te laten rijden of juist nieuwe barrières op te werpen om al het doorgaande verkeer om te leiden. Vele eeuwen transportbeleid in Nederland hebben in ieder geval één ding duidelijk gemaakt: waar een wil is, komt een weg!
In het kort:
– De ontwikkeling van de steden, vrijwel allemaal gelegen aan het water, is een stimulans geweest voor het vervoer van mensen en goederen.
– Het in de zeventiende eeuw ontworpen systeem van trekvaarten en -schuiten is in staat vele duizenden mensen te vervoeren, vaak nog in aansluiting op beurtvaarten over de Zuiderzee of routes van de postwagens.
– Aan het einde van de negentiende eeuw is de markt veroverd door treinen en trams, vrachtvervoer gaat, zeker in de waterrijke gebieden, nog steeds over water. Maar dankzij de stoomboot gaat dat wel een stuk sneller.
– Rond de wisseling van de negentiende in de twintigste eeuw bestaat het verkeer over de weg nog voor een belangrijk deel uit voetgangers en paard en wagen. Wel zijn steeds meer wegen bestraat en dat komt het gebruik van nieuwe voertuigen ten goede: fietsen, motorfietsen en auto’s verschijnen geleidelijk op steeds meer wegen, zij het aanvankelijk vaak als schrik voor de omwonenden.
– Aan het vooroorlogse karakter dat wegen, spoorwegen en vaarwegen rond 1950 nog hebben, wordt in de jaren daarna snel een einde gemaakt. Hun aantal neemt in lengte en kwaliteit toe en dat is ook bittere noodzaak. De bevolking van Nederland groeit minstens zo hard als de behoefte aan vervoer. Essentieel is de keuze van het vervoermiddel.
Historische wegenatlas NL
Martin Berendse, Paul Brood
Aantal pagina’s: 244 pag.
Illustraties: Ca. 250 afbeeldingen in kleur
Taal: Nederlands
Uitvoering: Gebonden
Formaat: 24,5 x 31 cm
ISBN: 978 94 625 86116
Jaar: 15 april 2024
Vormgeving: Richard Bos
Prijs: € 39,95
Over WBOOKS
WBOOKS is uitgever van geïllustreerde boeken op het gebied van geschiedenis en kunst. De boeken verschijnen veelal in samenwerking met musea, archieven en andere partners. WBOOKS is tevens uitgever van Museumtijdschrift, het grootste kunsttijdschrift van Nederland en het digitale platform museumtijdschrift.nl.
www.wbooks.com




Plaats een reactie