Dossier Mastenbroek

Nieuwsblog door journalist en radiomaker Martijn Mastenbroek

Op woensdag 12 februari 1992, zo rond 08.30 uur, wordt de 84-jarige Miet van Bommel van der Aa dood aangetroffen in haar huis in het Brabantse Bladel.

Advertenties

Miet was weduwe en had jarenlang met haar man café Van Bommel in Bladel gerund. Miet woonde aan de Sniederslaan in het centrum van Bladel, in het pand waar vroeger het café gevestigd was. Miet was alleenstaand en hulpbehoevend. Ze was slechtziend en één van haar benen was geamputeerd. Haar woon- en slaapkamer lag aan de voorzijde van het pand op de begane grond. Op dinsdagavond 11 februari 1992 kwam een wijkverpleegkundige om haar naar bed te helpen. De volgende ochtend, woensdag 12 februari 1992 vond de wijkverpleegkundige Miet dood op de vloer van haar kamer. Miet was seksueel misbruikt en met grof geweld om het leven gebracht. De dader had een raampje in de voordeur kapotgeslagen waardoor hij de deur kon openmaken en naar binnen gaan. Hij is ook via de voordeur weer weggegaan. Er was geen sprake van beroving of diefstal. Tot op de dag van vandaag is niet bekend wie de dader is.

Seksueel misbruikt

“We gaan er niet vanuit dat de dader per se een seksuele voorkeur heeft voor een bejaard slachtoffer, maar dat het meer te maken had met het feit dat Miet een weerloze vrouw was, een makkelijke prooi. We houden er rekening mee dat de dader weinig of geen seksuele ervaring had. Waarschijnlijk had hij weinig zelfvertrouwen en durfde hij geen contact te maken met meisjes en vrouwen van zijn leeftijd. Uit onderzoek naar vergelijkbare zaken blijkt dat het vaak jonge mannen zijn die dit soort misdrijven plegen. We denken dan ook dat de dader destijds tussen de 18 en 25 jaar oud was. Dat betekent dat hij nu tussen de 42 en 49 jaar oud zou zijn. Het is wel een schatting en het meest waarschijnlijk, maar we kunnen andere leeftijden ook niet uitsluiten”, zegt een woordvoerder van de politie.

Vragen

“Wie kan het cold case-team van de politie Oost-Brabant helpen in het onderzoek? We zoeken dus een destijds jonge man, die nu waarschijnlijk tussen de 42 en 49 is, die in 1992 een link had met Bladel, verlegen was en waarschijnlijk weinig of geen seksuele ervaring had. En misschien zelfs vrouwen of meisjes begluurde. We willen met iedereen spreken die een vermoeden heeft wie de dader kan zijn. En ook met mensen die in de loop der jaren misschien geruchten hebben opgevangen over deze moordzaak. Wie is de man die de 84 jaar oude Miet van Bommel seksueel misbruikte en om het leven bracht? Heeft u zelfs maar een flauw vermoeden, laat dan van u horen. Er is destijds al een beloning van 15.000 gulden uitgeloofd voor de tip die leidt tot een oplossing van deze schokkende zaak. Die beloning is nu verhoogd naar 15.000 euro.”

DNA-onderzoek

Het cold case team van de politie Oost-Brabant is nog volop bezig met het onderzoek naar de dood van Miet van Bommel. “Zoals bekend kregen wij onder meer na uitzendingen in Opsporing Verzocht en Bureau Brabant bijna honderd tips binnen. Die tips worden stuk voor stuk nagetrokken. Er werden ook namen genoemd van mensen die in de ogen van tipgevers mogelijk betrokken zouden zijn bij de dood van Miet van Bommel. Uiteindelijk is daar een aantal personen uit geselecteerd om DNA af te staan. Dat DNA wordt vergeleken met het DNA dat wij hebben verkregen uit technisch onderzoek. Het DNA-onderzoek is nog bezig en we verwachten dat in de loop van 2018 af te ronden. Over de resultaten valt op dit moment nog niets te zeggen. Zodra er ontwikkelingen zijn in het onderzoek dan melden wij die”, aldus de politie.

Op vrijdag 13 maart 1992 rond 23:40 uur komt een onbekende man onder de trein op het spoor tussen Didam en Wehl. Hij overlijdt. Was het een ongeluk? Zelfdoding? Of een misdrijf?

Tot op de dag van vandaag zijn er nog veel vragen rondom de dood van deze man. De man was tussen de 40 en 60 jaar oud. Hij had een blanke huidskleur, fors postuur en donkerblond achterover gekamd haar met inhammen.

Hij droeg een zwart-grijs-groene geruite trui, een zwart-witte geblokte blouse van het merk  McGregor, een zwarte spijkerbroek van het merk Wrangler en wit-blauwe sportschoenen van het merk Cheetah. De labels waren uit zijn kleding geknipt. Hij had verder niets bij zich en droeg geen sierraden. De man is begraven op het kerkhof van Didam zonder dat zijn nabestaanden het wisten.

Weet u wie de man was? En hoe en waarom hij op het spoor is gekomen? Heeft u meer informatie? Laat het alstublieft de politie weten.

Na twee ‘corona-zomers’ gaan we er de komende zomer weer met zijn allen op uit. Sommigen blijven lekker in eigen land, anderen boeken een reis naar een verre bestemming. Allerlei voorbereidingen worden getroffen; paspoorten worden vernieuwd, accommodatie wordt geboekt, eventuele inentingen zijn gehaald. Maar is thuis ook alles geregeld? Om te voorkomen dat de thuiskomst een koude douche wordt, is het verstandig om inbraakpreventie-maatregelen te nemen. De zeven tips in dit bericht maken het een inbreker stukken moeilijker om binnen te komen. En dat is wel een prettig idee als je lekker weg wilt.

Advertenties

Als er overduidelijk niemand thuis is, nodig je de gelegenheidsinbreker eigenlijk uit om bij jou eens een kijkje te gaan nemen. Coen Staal, voorzitter van de Nationale Inbraakpreventie Weken (NIPW) zegt hierover: “Ik loop regelmatig een rondje door mijn woonwijk en zie meteen of mensen thuis zijn of niet. Want zeg nou zelf, het valt toch op als er dagenlang ’s avonds maar één lampje in de woonkamer brandt. Of als de gordijnen ook overdag dicht blijven. Of wanneer je (als inbreker) naar de voordeur loopt en vervolgens stapels folders en kranten zichtbaar op de deurmat ziet liggen, dan is het toch vrij duidelijk dat er niemand thuis is?” Een inbreker weet dan dat hij alle tijd heeft om zich toegang tot je huis te verschaffen en te kijken of er waardevolle spullen zijn, zoals sieraden, laptops. “Vaak is de gevoelswaarde van de spullen – de ring van oma, de familiefoto’s op de laptop – vele male groter dan de verzekeringswaarde” vervolgt Staal. Alle reden om dus te zorgen dat je geen ongewenst bezoek krijgt tijdens je vakantie.

Slechte voordeur- en achterdeursloten
Inbrekers komen meestal binnen via de achter- of voordeur. Een ervaren inbreker ziet onmiddellijk of een slot makkelijk te forceren is of dat het juist een zware klus gaat worden. Als hij de keuze heeft, zal hij de beter beveiligde huizen voorbij lopen en kiezen voor de makkelijkste optie, namelijk daar waar het deurslot niet is voorzien van inbraakwerende sloten of beslag. En dat is bij 30% van de achterdeuren en 37% van de voordeuren het geval, zo blijkt uit onderzoek.*  Hier kan een inbreker dus nog steeds door middel van zgn. ‘cilindertrekken’ het slot gemakkelijk openen. Dat is te voorkomen door het monteren van het juiste deurbeslag, namelijk beslag met cilindertrekbeveiliging met een SKG*** cilinder.  

Advertenties

Hieronder zetten we alle inbraakpreventie-adviezen nog even op een rijtje:

Zeven tips om je huis te beveiligen

  1. Ga naar inbraakmislukt.nl en check je voordeur, achterdeur en je ramen via “Hoe beveilig ik beter?” Als daaruit blijkt dat je het beste je oude beslag kunt vervangen door beslag met cilindertrekbeveiliging (eigenlijk een minimum-eis), plaats dan dat nieuwe beslag op de achterdeur voor je vertrekt. Dat kost je misschien 70 euro. Of plaats goedgekeurde raamboompjes op je keukenraam voor ongeveer 50 euro. Daarmee verklein je de kans op inbraak enorm!
  2. Laat ’s avonds niet één lampje aan gaan, maar alle lampen die je normaliter ’s avonds aan hebt. Zet er een tijdschakelaar op en stel ze in op verschillende tijdstippen. Laat de lamp in de slaapkamer nog een kwartiertje aan nadat alle lampen in de woonkamer zijn uitgegaan. Er zijn tegenwoordig ook handige lampen die je met een app kunt bedienen, ook bij (plafond)lampen waar een tijdschakelaar niet geplaatst kan worden.
  3. Doe je jaloezieën of gordijnen van je woonkamer veelal helemaal dicht bij het slapengaan, verander dat dan een paar weken voordat je op vakantie gaat. Laat ze overdag en ’s avonds half open zodat je wel naar binnen kunt kijken, maar daarbij geen zicht hebt op de hele kamer. Kijkt een inbreker naar binnen, dan kan hij niet je hele woonkamer overzien.
  4. Ruim je woonkamer en keuken juist niet perfect netjes op. Laat een kopje op tafel staan of wat afwas op het aanrecht. Een krant of open boek of wat kinderspeelgoed op de grond wekken de indruk dat er mensen thuis zijn.
  5. Plak (tijdelijk) een nee/nee sticker op je brievenbus om overtollige reclamepost te voorkomen of vraag iemand om je brievenbus/deurmat regelmatig te legen. Of plak het raam in of naast de voordeur af met zwart karton, zodat een inbreker geen stapels post ziet liggen.
  6. Vraag een van je buren om een oogje in het zeil te houden, niet alleen om de plantjes water te geven en het gras te maaien, maar ook om de post uit het zicht te halen. Laat ze de post dan niet in stapeltjes op tafel leggen, maar uit het zicht; in een kast bijvoorbeeld.
  7. Vermeld niet op social media of je antwoordapparaat dat je met vakantie bent.

Bekijk hier het filmpje met tips op Youtube.

Over de stichting Nationale Inbraak Preventie
De stichting Nationale Inbraak Preventie is een publiek-private samenwerking met als doel woningbezitters meer bewust te maken van goede inbraakpreventie, om daardoor bij te dragen aan het substantieel verlagen van het aantal inbra­ken en inbraakpogingen. Werd in 2012 bijna 92.000 keer ingebroken of een poging daartoe gedaan, in 2021 was dit gedaald tot onder de 23.500. De stichting organiseert tweemaal per jaar de Nationale Inbraakpreventie Weken, in mei/juni en november/ december. Partners in de stichting zijn de bedrijven Nemef en Yale. Kijk voor meer informatie over o.a. inbraakmethoden en inbraakpreventie op www.inbraakmislukt.nl.

Foto door RODNAE Productions op Pexels.com

In de vroege ochtend van vrijdag 30 juli 1999, treffen medewerkers van de groenvoorziening het dode lichaam van de 36-jarige Linda Mens uit Amsterdam aan. Ze ligt tussen de struiken van een plantsoen aan de Stadsgracht in Zevenaar. Linda is door wurging gedood.

Linda is een echte Amsterdamse. Enkele maanden voor haar dood, verhuist Linda van Amsterdam naar Zevenaar. Ze gaat bij haar moeder wonen. Linda was gokverslaafd. Ze had bij meerdere personen schulden.

In de nacht van donderdag 29 op vrijdag 30 juli 1999 was Linda tot ongeveer 03.00 uur in café Bright Side in het centrum van Zevenaar. Linda is mogelijk het slachtoffer van een roofmoord geworden die nacht.

Linda’s moeder en zussen hopen na meer dan 20 jaar antwoorden te krijgen. Wat is er die nacht met Linda gebeurd? Wie heeft haar vermoord?

Het gebruik van persoonsgegevens om iemand te intimideren, ook wel doxing genoemd, moet strafrechtelijk kunnen worden aangepakt. Denk daarbij aan het delen van persoonsgegevens om iemand bang te maken.

Het fenomeen waarbij in chatgroepen adresgegevens worden gedeeld, waarna bijvoorbeeld iemand thuis angst wordt aangejaagd, heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Het wetsvoorstel om het gebruik van persoonsgegevens voor intimiderende doeleinden strafbaar te stellen is vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd. Eerder ontving minister Yeşilgöz-Zegerius (Justitie en Veiligheid) hierover al het advies van de Raad van State.

Vaak zijn het hulpverleners, politieagenten, journalisten en politici die slachtoffer worden van doxing. Maar ook wetenschappers, opiniemakers of medewerkers van gemeenten krijgen te maken met mensen die hun persoonsgegevens verspreiden of doorsturen met als doel om hen angst aan te jagen. Eerder hebben ook de Tweede Kamer en werkgevers zoals de politie aangegeven zich zorgen te maken over hun medewerkers en hebben zij gepleit voor een strafrechtelijke aanpak van dit probleem. Dit is niet beperkt tot bepaalde beroepen, mensen kunnen om allerlei redenen met doxing worden geconfronteerd. Denk bijvoorbeeld aan iemand die een foto en telefoonnummer van een ex-partner op een online forum zet om diegene vrees aan te jagen.

“Je blijft af van hulpverleners, agenten en anderen die zich op welke manier dan ook inzetten voor onze vrije samenleving. Privégegevens verspreiden om een ander angst aan te jagen is echt onacceptabel. Journalisten, wetenschappers en politici moeten zich vrij uit kunnen blijven spreken en onbelemmerd hun werk kunnen doen. Dat gezinnen zich vaak niet meer veilig thuis voelen kunnen én mogen we niet accepteren. Met dit wetsvoorstel trekken we dan ook een grens: iedereen kan slachtoffer worden van doxing en moet daartegen kunnen worden beschermd.“

aldus minister Yeşilgöz-Zegerius.

Veel intimiderend gedrag is al strafbaar. Denk daarbij aan bedreiging en stalking. Intimidatie door het gebruik van persoonsgegevens is in de praktijk vaak niet strafrechtelijk aan te pakken. Bijvoorbeeld omdat er geen sprake is van een bedreiging met een ernstig misdrijf of van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. Met dit wetsvoorstel kan de politie eerder ingrijpen. Ook voor internetplatformen is duidelijk dat zij een rol hebben om hiertegen op te treden, bijvoorbeeld door het verwijderen of ontoegankelijk maken van de content.

Op het zich verschaffen, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen van identificerende persoonsgegevens van een ander of een derde met het oogmerk om die ander vrees aan te (laten) jagen, ernstige overlast aan te (laten) doen of ernstig te (laten) hinderen in de uitoefening van zijn ambt of beroep, komt een maximale gevangenisstraf te staan van één jaar of een geldboete van maximaal 9.000 euro. Het nieuwe wetsartikel kan niet worden ingeroepen tegen journalisten en klokkenluiders die te goeder trouw nieuwsfeiten en misstanden openbaar maken omdat zij niet de bedoeling hebben om te intimideren.

De verwachting is dat het wetsvoorstel van minister Yeşilgöz-Zegerius de politie en het Openbaar Ministerie een stevigere basis zal geven om op te treden tegen doxing. Het slachtoffer kan daarnaast ook zelf een civiele procedure starten indien bekend is wie de gewraakte content online heeft geplaatst. Dan kan een schadevergoeding en het offline halen van de onrechtmatige content worden geëist. Mocht de dader niet bekend zijn, dan kan bij de tussenpersoon die de content host een melding worden gemaakt. Tussenpersonen als providers en online platformen hebben een rol om op te treden, indien zij ervan op de hoogte zijn dat op hun platformen of servers strafbare of onrechtmatige content staat.

Documenten

Verantwoordelijk

Foto door Anete Lusina op Pexels.com

Bijna een kwart van de jongeren heeft wel eens zonder rijbewijs autogereden. Daarnaast heeft bijna een derde van de jongeren eens gereden op een scooter, terwijl zij daarvoor geen rijbewijs hadden, blijkt uit onderzoek van jongerenorganisatie TeamAlert.

Jongeren die niet kunnen wachten om auto te rijden, willen nog eens zonder rijbewijs achter het stuur kruipen. Bestuurders zonder geldig rijbewijs lopen echter meer risico om bij een ongeluk betrokken te zijn dan bestuurders met een rijbewijs. Eerder bleek al uit onderzoek van TeamAlert dat jongeren voornamelijk zonder rijbewijs rijden omdat zij dat noodzakelijk vinden en omdat zij graag hun rijvaardigheden op peil willen houden. TeamAlert wilde graag weten hoeveel jongeren in Nederland ervaring hebben met het rijden zonder rijbewijs.

Advertenties

Uit een groot enquêteonderzoek, die door 764 jongeren is ingevuld, komt naar voren dat 23% van de ondervraagden ooit zonder rijbewijs heeft autogereden. Eén op de tien van de jongeren heeft afgelopen jaar wel eens autogereden, zonder dat zij daar destijds een rijbewijs voor hadden. De groep die zonder rijbewijs wel eens scooter hebben gereden is zelfs groter: 32% van de jongeren heeft ervaring met het rijden zonder rijbewijs op een brom- of snorfiets.

“Zonder rijbewijs rijden is gevaarlijk”

Hoewel het vrij regelmatig voorkomt onder jongeren om zonder rijbewijs te rijden, vinden de meeste jongeren dit wel gevaarlijk. 86% van de ondervraagden vinden het rijden zonder rijbewijs in de auto gevaarlijk. Dit percentage ligt een stuk lager voor jongeren die ervaring hebben met het rijden zonder rijbewijs. Slechts 48% van deze groep vindt het gevaarlijk om zonder rijbewijs achter het stuur te stappen.

Advertenties

Eenzelfde soort beeld komt naar voren onder de scooterrijders. 68% van de ondervraagde jongeren vindt het rijden zonder rijbewijs op een brom- of snorfiets gevaarlijk. Van de groep jongeren die zonder rijbewijs scooter hebben gereden, vindt slechts 47% het gevaarlijk. Toch weerhield dit gevaar hen er niet van om illegaal op de scooter te kruipen.

Foto door Ron Lach op Pexels.com

Kwart van de Nederlanders doet deur niet op slot bij verlaten woning

Buren zijn bepalend voor het veiligheidsgevoel dat Nederlanders thuis ervaren. Bijna tweederde van de Nederlanders voelt zich veilig in en rondom het eigen huis (61%). Goed onderling contact met buren is daarin belangrijk volgens de meerderheid van de Nederlanders. Ook in het voorkomen van inbraak vinden buren elkaar, bijvoorbeeld tijdens de aankomende vakantieperiode. Zo spreken buren met elkaar af dat ze: op elkaars woning letten (39%), doen aan digitale buurtpreventie (37%), camera’s ophangen (26%) en elkaar aanspreken op onveilig gedrag. Dat blijkt uit onderzoek van MarketResponse in opdracht van Univé.

2 op de 3 Nederlanders schatten de kans dat zij de komende vijf jaar slachtoffer worden van inbraak in als (heel) klein. Bijvoorbeeld omdat ze goed contact hebben met hun buren, wat een veilig gevoel geeft. Hierdoor durven zij zelfs even weg te gaan zonder de deur op slot te doen (23%). Ook laat een kwart van de Nederlanders gerust een raam open staan als zij weg zijn. “Hoewel het letten op elkaars huis belangrijk is, kan de kans op inbraak verder verkleind worden door ramen en deuren goed af te sluiten, ook als je maar even de woning verlaat. Inbrekers hebben maar heel even nodig om je huis binnen te komen,” benadrukt Erik Dokter, manager Verzekeringsbedrijf.

Beter een goede buur
Buren zijn belangrijk bij het voorkomen en beperken van inbraakschade. Oplettende buren zijn vaak de eersten die alarm slaan bij verdachte situaties. De helft van de Nederlanders belt bijvoorbeeld de politie en 19% belt de eigenaar, als ze een verdacht persoon in het huis van hun buren zien. Een derde van de Nederlanders zou dan ook meer contact willen hebben met buren over veiligheid in de buurt. Toch kan een inbraak dankzij oplettende buren niet altijd voorkomen worden. Want hoewel het aantal woninginbraken in Nederland in het algemeen al jaren daalt*, blijkt uit cijfers van Univé dat vooral in de provincies Flevoland, Limburg en Noord-Brabant relatief vaak woonschades door inbraak gemeld worden. Daarom blijft het belangrijk om het huis regelmatig door de ogen van een inbreker te bekijken.

Veiligheid
Nederlanders denken dat inbrekers een huis uitkiezen op basis van het gemak waarmee zij binnen kunnen komen, de spullen die zij zien liggen en of er zichtbare beveiligingsmaatregelen zijn. Ook denkt 25% van de Nederlanders dat de ligging van de woning een rol speelt. “Hoewel buren voor veel Nederlanders belangrijk zijn in het kader van inbraakpreventie (70%), verwachten ze ook van hun verzekeraar hulp om inbraak te voorkomen. Univé helpt haar leden door regionale anti-inbraakavonden te organiseren, waarbij een ex-inbreker tips deelt. Zo kunnen zij verschillende maatregelen treffen om de kans op inbraak te verkleinen en daarmee groter leed te voorkomen. Daarmee helpt Univé haar klanten om het veilige gevoel dat ze in en rondom huis hebben, te vergroten,” besluit Dokter.

Over het onderzoek
Het onderzoek is door MarketResponse uitgevoerd onder een representatieve groep Nederlanders van 18 jaar en ouder, netto 1.074 respondenten in de periode 12 t/m 22 april 2022 in opdracht van Univé.

*Minder traditionele criminaliteit, meer cybercrime (cbs.nl)

Foto door Longxiang Qian op Pexels.com

In 2020 gaf de politie opdracht om te onderzoeken waarom sommige aspiranten en jong-afgestudeerden het korps vroegtijdig verlaten, terwijl dat niet nodig was. Hierbij werd ook gekeken naar de uitstroom van aspiranten met een migratieachtergrond. Het niet kunnen voldoen aan het gangbare bleek een belangrijke reden voor vertrek.

Waarom verliest het korps studenten en jong-gediplomeerden terwijl ze wel goed presteren? Waarom is er onnodige uitval? In 2020 gaf de politie aan de Hogeschool Leiden de opdracht om onderzoek te doen naar de vertrekredenen van jonge politiemensen. Het werd uitgevoerd door onderzoekers die gespecialiseerd zijn in inclusievraagstukken en kennis hebben van de politiecultuur. De studie kreeg de naam ‘Daarom stappen ze op’. Aan dat onderzoek deden 2200 aspiranten en jong-afgestudeerden mee.

Geen doorsnee

De kans op uitval is bij aspiranten en jong-afgestudeerden met een migratieachtergrond groter dan bij studenten met een Nederlandse achtergrond, bleek al uit eerder onderzoek door de politie. Aspiranten met een migratieachtergrond verlaten de politieopleiding vaker, ongeacht hun studieprestaties. Ze geven daarbij aan de opleiding als onveilig te ervaren. Uit door het CBS gepubliceerde cijfers blijkt in 2020 zo’n 32 procent van de uitgestroomde aspiranten een migratieachtergrond te hebben. In 2021 is dat gedaald naar 17 procent, maar in absolute aantallen verdubbeld. In de categorie onder de 30 jaar was in 2020 het aandeel met een migratieachtergrond in de totale uitstroom 24 procent. In 2021 was dit percentage gedaald naar 18 procent.

Studenten die qua profiel anders zijn dan de doorsnee politiecollega lopen meer risico op vroegtijdig vertrek, concluderen de onderzoekers. De organisatie is minder inclusief dan gewenst. Dit wordt ervaren door iedereen die anders denkt, doet en er anders uit ziet dan de mainstream, en wordt het sterkst gevoeld door collega’s met een migratieachtergrond. Veel aspiranten en jong-afgestudeerden die de organisatie verlaten, voelen zich buitengesloten. Simpelweg doordat ze door hun huidskleur, afkomst of geaardheid afwijken van de doorsnee diender.

Advertenties

In het rapport worden indringend de onderliggende patronen van hun vertrek omschreven. Het onderzoek laat zien waar de pijn zit, erkent de politie, en dat er politiemensen vertrekken omdat ze zich niet erkend of onveilig voelen en gepest, gediscrimineerd of uitgesloten worden. Belangrijk ook is dat die patronen een negatief effect hebben op het behoud van jonge collega’s die het korps juist zo hard nodig heeft om als organisatie in te kunnen spelen op de ontwikkelingen in de maatschappij, om adaptief te zijn. De politieorganisatie kent veel vaste, ingesleten patronen, merken de onderzoekers.

Aanbevelingen

De onderzoekers doen aanbevelingen om de cultuur bij de politie te veranderen. Zo moeten goed en fout gedrag binnen de opleiding structureel bespreekbaar worden. En docenten en begeleiders moeten zich meer bewust worden van hun rol in het ontwikkelingsproces van nieuwkomers en zo de draag- en veerkracht van aspiranten vergroten. Bij de start van de opleiding én bij de overgang van opleiding naar praktijk moeten bovendien de thema’s diversiteit en inclusie steviger worden ingepast.
Verder moeten aspiranten en jong-afgestudeerden die in de knel zitten eerder hulp krijgen van collega’s die de positie hebben om dat aan te pakken. Mocht het toch niet lukken, dan is het volgens de onderzoekers waardevol dat uitstromers een exitgesprek voeren met een onafhankelijk persoon. De registratie van vertrekredenen biedt mogelijk aanknopingspunten om bijtijds in te grijpen. Tot slot moeten docenten en begeleiders iedere aspirant leren zien als uniek individu. ‘Maatwerk in de begeleiding van verschillende studenten is onontbeerlijk’, aldus de onderzoekers.

Advertenties

De politie onderschrijft de aanbevelingen. Het opstellen van maatregelen bij de conclusies en aanbevelingen is gestart. Dit onderzoek is een goede toetssteen voor alle initiatieven die de afgelopen tijd al ingezet zijn of op de rol staan. Ook geeft het goed richting aan waar de politie nog verder kan verbeteren. Het taaie vraagstuk van inclusie in relatie tot de instroom zal nu zorgvuldig worden uitgewerkt. Dat kost tijd. Voor de herfst moet er een actieplan zijn dat heel de instroomketen beslaat: van werving, selectie en opleiding tot en met een goede landing van afgestudeerden in de teams.

Het is overigens geen kwestie van alleen het onderwijs vernieuwen. Dit vraagstuk raakt heel de politie. Alleen met een integrale aanpak kan de politie het leer- en werkklimaat inclusiever en sociaal veiliger maken. En zo wordt de politie als geheel ook steeds beter.

Download Rapport: Daarom stappen ze op. Vertrekmotieven van aspiranten en jong-afgestudeerden bij de politie

Vernieuwde software voor vingersporen maakt het mogelijk verdachten sneller en beter te identificeren. Ook worden de Nederlandse databank voor vingerafdrukken en die van de Verenigde Staten aan elkaar gekoppeld. En dan komt er ook nog een app voor politiemedewerkers waardoor het vergelijkingsproces veel sneller gaat.

Vingerafdrukken vormen dikwijls een doorslaggevende factor in opsporingsonderzoeken. Ze wijzen immers direct naar een bepaalde persoon. ‘DNA is ook uniek materiaal, maar dat kun je ook overbrengen door contaminatie. Een vingerspoor is zo goed als altijd achtergelaten door iets aan te raken met je handen’, weet John Riemen, inhoudsdeskundige namens de politie. ‘Natuurlijk kun je dan de discussie krijgen wanneer diegene dat oppervlak of voorwerp dan precies heeft aangeraakt, maar er is in ieder geval een directe link met de donor. De bewijskracht is dus heel hoog.’

Nauwkeuriger

Sinds 1989 werkt de politie met HAVANK (Het Automatisch Vingerafdrukkensysteem Nederlandse Kollektie). De software en hardware daarvan zijn compleet vernieuwd. Dat stelt de politie in staat met minder materiaal toch een solide sporenvergelijking te maken. Bovendien is het systeem nog nauwkeuriger. Riemen: ‘Dus met minder duidelijke sporen kunnen we iemand terugvinden en met hetzelfde materiaal is de kans groter dat we iemand terugvinden.’ Dat biedt nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld in cold cases. Daarbij zijn de veiliggestelde sporen vaak onvolledig of van slechte kwaliteit.  Nieuw onderzoek kan leiden tot een tot nog toe nog onbekend persoon.

Anderhalf miljoen vingerafdrukken

In HAVANK 4 staan de vingerafdrukken van ongeveer anderhalf miljoen verdachten en veroordeelden. Jaarlijks worden circa 150.000 vingerafdrukken ingevoerd en gecontroleerd. Dit zijn vingerafdrukken van verdachten van een misdrijf waarop voorlopige hechtenis staat of die weigeren zich te identificeren. Veertig procent daarvan is van een persoon die nog niet eerder was geregistreerd. Deze vingerafdrukken mag de politie gebruiken voor het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten en identificatie van onbekende lijken. Jaarlijks worden zo’n achtduizend dacty sporen van plaatsen delict vergeleken met deze vingerafdrukken. In gemiddeld zo’n 20 tot 25 procent van de gevallen vinden we de persoon van wie de vingerafdrukken zijn’, zegt Riemen.

Foto door cottonbro op Pexels.com

Ook de snelheid waarmee sporen worden verwerkt, gaat fors omhoog. Een nieuwe telefoonapp maakt het mogelijk om aangetroffen vingerafdrukken direct te vergelijken met de sporen in HAVANK. Riemen: ‘Door allerlei administratieve en logistieke processen duurde het vaak ruim een week voor een dactyspoor werd verwerkt. Nu kunnen de forensisch rechercheurs het spoor fotograferen en verzenden het meteen. Het proces wordt daardoor met tweeduizend procent versneld. Ook kunnen experts op afstand meekijken en aanwijzingen over de kwaliteit geven terwijl de PD nog open is. Dat verbetert de kwaliteit van de veiliggestelde sporen en de kans op een match.’

VS-databanken

Ook de eerder aangekondigde online toegang tot de VS-databanken is binnenkort een feit. ‘We hebben al zo’n samenwerking met twintig EU-landen’, vertelt Riemen. ‘En ook het Verenigd Koninkrijk heeft een aanvraag tot koppeling gedaan. Treffen wij een spoor niet in aan in HAVANK, dan kunnen we zelf direct in die landen zoeken. Datzelfde is nu met de middels een verdrag met de VS afgesproken, waardoor we het proces versnellen en de kans op een herkenning vergroten. Ook het Korps Politie Caribisch Nederland Bonaire heeft aangegeven graag gebruik te maken van HAVANK 4.

Privacy

Met zoveel aan elkaar gekoppelde bestanden, gedeelde data en maatschappelijk belang is waarborging van de privacy van groot belang. ‘HAVANK helpt alleen bij het doorzoeken van grote hoeveelheden data en maakt een selectie van die anonieme vingersporen die mogelijk matchen’, benadrukt Riemen. ‘Een expert bepaalt of er een mogelijke match is. Vervolgens analyseren twee andere experts het spoor volledig, voeren daarna een vergelijking uit met de referentieafdruk en trekken een conclusie. Dat is een zeer zorgvuldig proces.’ Dat de databank behoorlijk gevuld is, ligt volgens Riemen aan de lange bewaartermijnen en de hoeveelheid aanhoudingen. Vingerafdrukken van personen die geen verdachte meer zijn, moeten uiteindelijk worden gewist. Tenzij ze nog verdachte zijn in een andere zaak of zijn veroordeeld. De wet schrijft dan ook voor dat de politie alleen vingerafdrukken mag verwijderen in opdracht van de Justitiële Informatiedienst (Justid). Een gezamenlijk project van politie, Justid, Koninklijke Marechaussee, CJIB en Openbaar Ministerie bekijkt of er stappen noodzakelijk zijn om dit proces beter in te richten en waar mogelijk te automatiseren.

Foto door cottonbro op Pexels.com

Poolse agenten werkten de afgelopen twee weken mee met de politie-eenheid Den Haag. De uitwisseling is onderdeel van een langer lopende samenwerking tussen de Poolse en Nederlandse politie. Die is in het leven geroepen om kennis en ervaringen uit te wisselen en het contact tussen de Nederlandse politie en de Poolse gemeenschap te verbeteren.

De twee Poolse agenten werkten mee op verschillende basisteams. Zo trokken ze op met collega’s in onder meer Den Haag, Alphen aan den Rijn, Wassenaar en Leidschendam-Voorburg. Daarbij droegen ze wel hun uniform, maar geen geweldsmiddelen. De Poolse en Nederlandse agenten gingen samen op pad om van elkaar te leren en het contact met de Poolse gemeenschap in het werkgebied van de Eenheid Den Haag te verbeteren. Ze gingen op surveillance, voerden gesprekken met burgers, deden controles en bezochten scholen en locaties waar Poolse mensen wonen en werken. Verschillende acties hebben informatie opgeleverd waar de Nederlandse politie mee aan de slag kan.

Groter vertrouwen in politie

De nieuwe contacten die gelegd zijn met de Poolse mensen binnen het werkgebied van Politie Den Haag, moeten bijdragen aan een groter vertrouwen van deze mensen in de Nederlandse politie. Dat gebeurt onder meer door op straat met ze in gesprek te gaan. De Poolse agenten spreken uiteraard Pools, maar ook goed Engels. Ze kunnen daardoor goed bemiddelen als Poolse inwoners de Nederlandse en Engelse taal niet (goed) kennen.

Jaarlijks kennis en ervaring delen

De Poolse en Nederlandse politie sloegen zo’n vijftien jaar geleden de handen ineen. Aanvankelijk voornamelijk om in Polen te delen hoe de Nederlandse politie werkt. Om de Poolse mensen in Nederland te laten zien dat de politie er hier ook voor hen is én om hun problemen beter aan te kunnen pakken, kwamen drie jaar geleden voor het eerst Poolse agenten naar Nederland toe.

Specialisatie in aanpak mensenhandel en arbeidsuitbuiting

Afgelopen december kreeg de Eenheid Den Haag opnieuw bezoek van Poolse collega’s. Twee Poolse agenten uit Krakau, met een specialisatie in de aanpak van mensenhandel en arbeidsuitbuiting, werkten toen samen met agenten van de politieteams in Laak, Segbroek, Overbosch, Hillegom, Lisse en Teylingen. Een van hen was er de afgelopen weken weer bij, de andere Poolse collega deed voor het eerst mee aan de uitwisseling.

Elkaar versterken
De politieagenten uit de twee landen zijn verschillende werkwijzen gewend. Zo gaat de Nederlandse politie vaker in gesprek, waar de Poolse politie repressiever werkt. Door informatie over deze verschillende werkwijzen met elkaar te delen, kunnen de Poolse en Nederlandse agenten elkaar versterken en ondersteunen. Door kennis en ervaring op deze manier jaarlijks met elkaar te blijven delen, hoopt de Nederlandse politie uiteindelijk te komen tot beter contact met de Poolse gemeenschap in Nederland.

Werkbezoek van generaal Ledzion
In aanloop naar het bezoek van de twee Poolse agenten kreeg de Eenheid Den Haag een aantal weken geleden bezoek van generaal Michał Ledzion. Deze politiechef van de Małopolska Policja bracht met een kleine delegatie een werkbezoek om de jarenlange samenwerking tussen de Poolse en Nederlandse politie opnieuw te bekrachtigen. De delegatie bezocht onder andere de meldkamer, het politietrainingscentrum en de Dienst Regionale Recherche. De Poolse generaal zag onder meer hoe in de Eenheid Den Haag specifieke talenten van collega’s met autisme benut worden en was daarvan onder de indruk. Verder maakte Ledzion kennis met de Poolse ambassadeur en consul en zijn tijdens een bezoek aan Driel Poolse soldaten herdacht die omkwamen in de strijd voor vrijheid. Zij werden herdacht met een officiële kranslegging.

Advertenties
Advertenties
%d bloggers liken dit: